Wat verandert er voor het nabestaandenpensioen?
Veel vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers maken samen afspraken over het nabestaandenpensioen. Dit is het pensioen voor uw partner en/of kinderen als u overlijdt. In het nieuwe stelsel worden de regels voor iedereen gelijk en duidelijker. Heeft u al nabestaandenpensioen opgebouwd, dan blijft dit bestaan.
Wat is een nabestaandenpensioen?
Een nabestaandenpensioen is een bedrag dat uw nabestaanden elke maand krijgen na uw overlijden. Er zijn drie soorten nabestaandenpensioen:
- Partnerpensioen als u overlijdt voordat u met pensioen bent
- Partnerpensioen als u overlijdt nadat u met pensioen bent
- Wezenpensioen voor uw kinderen
De meeste werkgevers en werknemers hebben afspraken gemaakt over het nabestaandenpensioen. Wilt u weten of er nabestaandenpensioen voor uw nabestaanden is geregeld en hoe dat precies werkt? Neem dan contact op met uw pensioenuitvoerder.
Veelgestelde vragen
1. De persoon met wie u getrouwd bent, met wie u een geregistreerd partnerschap heeft.
U bent automatisch elkaars partner als u:
- Trouwt
- Een geregistreerd partnerschap aangaat
Uw partner krijgt partnerpensioen als u overlijdt en het partnerpensioen onderdeel is van de afspraken over uw pensioen.
2. De persoon met wie u ongetrouwd samenwoont.
Ook de persoon met wie u ongetrouwd samenwoont, kan volgens de nieuwe regels een partner voor uw pensioen zijn. Dit is de partner met wie u een huishouden deelt. Uw (groot)ouder of (klein)kind is geen partner voor uw pensioen.
Uw partner krijgt partnerpensioen als u overlijdt en het partnerpensioen onderdeel is van de afspraken over uw pensioen.
Als u ongetrouwd samenwoont, dan moet u dit aangeven bij uw pensioenuitvoerder. Dat kan met een samenlevingscontract of een samenlevingsverklaring.
Soms kan uw partner dit ook regelen na uw overlijden. Uw partner moet dan in ieder geval laten zien dat u minstens zes maanden samen op hetzelfde adres heeft gewoond, en:
- Dat u samen een kind heeft, of
- Samen een koopwoning had, of
- Samen een huurcontract had.
3. Uw kinderen
Als u overlijdt, dan krijgen uw kinderen een wezenpensioen. Dit krijgen ze elke maand tot het kind 25 jaar is.
Hoeveel uw nabestaanden per maand krijgen, verschilt per soort nabestaandenpensioen en wat er voor uw pensioen is afgesproken.
Heeft u een vraag over de hoogte van uw nabestaandenpensioen? Neem dan contact op met uw pensioenuitvoerder.
Dat hangt ervan af of u voor of na uw pensioendatum overlijdt en wat de afspraken voor uw pensioen zijn.
Heeft u een vraag over wie in uw geval recht heeft op nabestaandenpensioen? Neem dan contact op met uw pensioenuitvoerder.
Als u met pensioen gaat, kunt u er vaak voor kiezen om een deel van uw eigen pensioen in te leveren voor een hoger partnerpensioen. Dat heet uitruilen. Soms kunt u een deel van het partnerpensioen inleveren en daarmee een hoger pensioen krijgen. Bijvoorbeeld als u geen partner heeft.
Heeft u vragen over het uitruilen van pensioen? Neem dan contact op met uw pensioenuitvoerder.
Dan bent u nog drie of zes maanden verzekerd voor het nabestaandenpensioen. Dit noemen we een uitloopperiode. In uw pensioenregeling staat hoe lang dit precies is. Ontvangt u een Werkloosheidswet (WW)-uitkering of Ziektewet (ZW)-uitkering, dan loopt de voorzetting voor het partnerpensioen op risicobasis door. Neem contact op met uw pensioenuitvoerder om te vragen wat dit betekent voor uw partnerpensioen.
Als u uit dienst gaat zonder nieuwe baan, dan kunt u nog wel regelen dat het partnerpensioen bij overlijden vóór pensioendatum geregeld blijft. Dit heet de vrijwillige voortzetting van het partnerpensioen. U kunt dit kiezen nadat uw uitloopperiode is afgelopen of als uw WW- of ZW-uitkering gestopt is. U regelt de vrijwillige voortzetting via uw pensioenuitvoerder.
U betaalt dit met een deel van uw eigen pensioen voor later. Uw eigen pensioen wordt dan dus lager.